is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bakker, maar 't lukt je niet. En als je 't me oprech vraagt, ja, ik sterf ongeveer van den dorst. Nadorst van vroegeren dorst. Maar 'k zie daar een huis. Koetsier . . . ." Chris tikt met z'n beringden vinger tegen 't ruitje en de knerpende karos staat stil. „Koetsier wat is dat voor een soort herberg?"

„Een droge herberg, meneer. Daar woont een koddebeier op z'n eigen."

„Een .... wat?"

„Een koddebeier, dat is een soortement diender, beter gezegd een particuliere stille van den baron en die hoeft alleenig maar op de stroopers te letten. Als je maar niet stroopt, kan je voor de rest zijnentwege een dubbelden moord besteken."

„Kan een dorstig mensch daar niks bekomen?"

„Bedoelt uwes iets van drank? Nee! Alleenig maar een schot hagel in je achterpand, want de vent is kort aangebonden, als je z'n werf betreedt. Hij schiet raak en heit een hond, die bijt raak."

„Doorrijen koetsier. In de kortste keeren doorrijen en de zweep er over. Vóór zoo'n schietgeweer uit z'n eigen mocht afgaan als we langs rijen. Maar hoe laat zijn we weer in de bewoonde wereld?"

„Als alles goed gaat, omstreeks over zeven minuten."

„En is daar ergens een tapkast?"

,,'t Eerste huis van hier, het watermaschien dan niet meegerekend, is al een herberg: De Rolaf

„Goed, koetsier. Rol die rol af en stop dan netjes. Daar rollen we naar binnen, begrijp je 't goed?"

„Gansch en al, heeren."

„'n Prachtkerel, begrijpt de dingen met een half