is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan den trein. Heb je vandaag óók visch gevangen? Of heb jij dikke dochters gevangen, maat? Zeg helder op, niks verzwijgen, wij weten toch alles."

„Honderd."

„Wat een beul van een vent! Honderd visschen. Een massamoordenaar!"

„Of honderd dikke dochters?" vraagt Pieter ontroerd en tranen loopen hem uit mond en oogen.

„Honderd, kameraad."

,,'t Is een prachtvent, waar Chris? Een monument van een vent! Honderd dikke dochters. We laten den vent opzetten voor ons clubhuis. Maar eerst krijgt hij er een, omdat hij ons eindelijk weer eens een goed kroegje gaat wijzen. Wat een kameraad!"

En in 't allerlaatste goeie kroegje, daar begonnen ze pas te klinken op het naderende afscheid. Yelerhand afscheid viel er te beklinken. Afscheid van den nieuwen kameraad, afscheid van elkander. „We moeten van elkaar!" huilt Arend, „of we nou willen of niet willen. Niks is er aan te verhelpen. En ik kan daar niet tegen."

Ze vonden, dat hij ook dat leed weer wegspoelen moest en daar wist Arend dien avond niets tegen in te brengen. Want een kwartier geleden had het toch ook geholpen. „Maar dan nooit, nooit meer," jammerde hij, „want we zitten hier maar en we drinken maar .... En nou is het uit! Uit, heelemaal uit! Ik doe het nooit meer. Schrap mij maar als lid. Uit!"

„Dan maken we je eerelid der getrouwen en dat kost je een rondje."

„In 's hemelsnaam. Daar kan ik niks meer op zeggen. Nou voel ik me weer verantwoord. Dank je, voorzitter,