is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor de groote eer en het vertrouwen. Ik zal het vanavond aan m'n jongen ook vertellen, en dat je een nette vent bent, hoor voorzitter. Daar ga je, hengelbroeder, daar ga je in 't vierkant."

Maar toen hief Bas van 't Hoog, die onnoozel voor zich uit had zitten staren, ineens dreigend zijn borsteligen kop omhoog. „Ik vat jullie wel, smeerlappen! Jullie willen, dat ik m'n trein mis, lammelingen! En dan komt m'n volk te laat!"

„Hé Bas, ho Bas, sla niet op hol, broer . . . . 't volk dat zijn we toch zelf."

„Da's waar ook, verexcuseer heeren, m'n volk is hier binnen. Nou laat dan de dag maar draaien, 'k Heb erger vrachtjes gehad."

„Nog erger, Bas?"

„Veul erger. Yeul gekken heb ik weggebrocht. Gekken rijen, dat levert goed op. M'n baas krijgt best betaald, omdat het over heele enden gaat en ik krijg . . .

„Nou, vertel verder.... wat krijg jij van die gekken?"

„Van die gekken? Niks!"

„En je zei, Bas . . .

„O, ja, meneer heit gelijk. Meneeren die hebben al z'n leven gelijk en dan geef ik 't maar gauw over. Een koetsier, vat je meneer, een koetsier moet niet stachelen met z'n volk, dat hij in heeft. Nooit, vat je. Maar van die gekken krijg ik toch niks. Maar van die achterblijven, vat je, meneer, die zijn dan altijd zóódanig blij, dat ze zoo'n gek kwijt zijn, die schuiven goed af. Nou weet je 't. Die schuiven goed af. Zoo."

„Dus die schuiven goed af, hè Bas?"