is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in 't gezicht. Maar ze lachte hem liefelijk uit en toen hij slaan wou, riste ze zijn wang open met een hoedespeld. Nu, die wonde kon hij toch zéker niet verbergen voor moeder, al waren haar oogen ook nog zoo slecht geworden. En 't bezoek van hein den deurwaarder toch héél zeker niet. De boel lag verraaien, het spul aan diggelen. Peter de Raadt Christiaanzoon zat voor een zwart donker gat te kijken.

„En wat nou, jongen?" vroeg moeder met behuild gelaat.

„Ga je wéér grienen? Had me indertijd maar naar Frankrijk laten gaan. Maar dat was toch zoo gevaarlijk, waar onnoozel mensch zonder durf."

„Wat moeten wij toch gaan beginnen, kind?"

„Ieder op z'n eigen en aldus zelf fortuin zien te maken!"

„Moet ik op m'n ouwen dag daarmee nog eens beginnen? O, Peter, wat heb je gedaan .... wat heb je toch gedaan."

„Zeur er niet over. Er bestaan grootere rampen op de wereld. Ik zal mijn weg wel vinden; kijk!"

„Wat heb je daar? O, God, m'n jongen, ga je met de mars op stap? Met het kistje gaat ie loopen. M'n eenigst kind gaat bedelen!"

„Zoo is vader ook begonnen. En jij eigens .... je leeren parapluiekoker staat nog aan boord. Die neem je maar mee."

„Moet ik dan weer den dijk op met de schachtel? Wat heb je toch gedaan, Peter?"

„Daar zullen we 't maar niet meer over hebben, vermits het niet meer te veranderen is. Je moet be-