is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

macht en geweld, fluistert haar vreemde woorden in die ze mooi vindt zonder ze te verstaan, misschien wel juist zoo mooi omdat zij ze niet verstaat. Hij is voor haar als een geweldige wind, die haar zou kunnen wegblazen uit het leven van alle dagen eender. Maar ze houdt van dat geweld, al is ze zelf maar een onnoozel, hef, verbaasd menschenkind. Ze houdt van Peter, hoewel ze van zwerversvolk en 't zwerven maar weinig begrip heeft, ze houdt van hem want hij maakt haar grauwe dagen blinkend.

In den winkel bedient ze, maar ook verricht ze wat huiselijk werk. Ze heeft in de grossierderij al de zwervende gasten uit wijden omtrek leeren kennen, de welgeschapenen zoowel als de mismaakten. En ze kijkt naar die logementmannen met immer verwonderde oogen. Zij kan niet begrijpen, hoe menschen zóó vergoren kunnen. Maar ze kan er niet meer van walgen, al hebben sommigen ook een korstige bedelaarshuid. Zijn deze mannen vroeger ook kinderen geweest?

Ze verkoopt er brieven spelden aan, knoopen en poetsgoed, veters, motballen, ansichtkaarten en meer van dat goedkoope gesnor. Ze stinken haar tegen, die ongeschoren bedelaars en snorders. Maar het is haar trots, dat vieze volk te bedienen naar den eisch en altijd opgewekt. Want ze denkt zoo vaak: nergens waar ze ook aan de deur komen, vinden ze welkom ontvangst. Wat moeten zulke mannen hunkeren naar een goed woord. M'n juffrouw moet van dit soort klanten bestaan en zelfs zij blaft ze nog af.

Maar na een heelen stoet vuil schooiersvolk, dat den mond vol heeft met dieventaal, komt ineens Peter