is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meende Dina in dien tijd, dan gaf ik hem nog niet op. En al verloor hij z'n andere been, zoolang hij me kan aankijken met zijn zwarte oogen, zou ik hem willen. Hij gaat rijen in een wagen, in dien wagen vervoert hij een kraam voor de kermissen .... en ik rij mee. Al moest ik met hem meeloopen door de buurten, ik ook met een houten mars, al moest ik gaan zooals het Rooie Ondier uittrekt, met centengoed om te schooien, dan nog ging ik met Peter mee.

En haar levensverwachting is toch altijd geheel anders geweest. Ze heeft verwacht, dat ooit een werkman om haar komen zou. Daarom ging ze ook dansen en kuieren op de stijfselbaan, Zaterdagsavonds en Donderdagsavonds den Kleiweg op en neer. Een arbeidersvrouw had zij gedacht te worden en nu gaat haar droom uit naar veel lager, als 't moest naar het ventersbestaan van logementsvolk waarmee ze in den winkel verkeerd heeft.

O, als dat de menschen eens wisten, als juffrouw Aaltje 't ook eens wist, het zwarte mensch, dat zoo fel is op haar geld en op haar zaak. En 't ergste .... als vader en moeder 't eens wisten. Maar laten ze het weten, eenmaal zullen ze dat toch allemaal moeten weten. Alles zal ze er voor opgeven, als Peter er dan maar zijn zal om vóór haar te staan, wanneer de tegenstand der velen.haar te machtig wordt. Ze kan niet anders, ze wil niet anders. Niets anders dan dat ééne: Peter!

Wie Peter de Raadt over deze periode van zijn leven hoort vertellen, waant te droomen. Een marskramer (dat is toch wel het onderste van het lage volk) en zoo iemand vrijt met een dochter uit arbeidersgezin, dat is