is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toch al ongewoon genoeg. Met hem is het nog anders vergaan.

Ik verscheen op een keer, vertelt Peter, 't was op een Novemberavond, in de grossierderij en juffrouw Aaltje stond zelf achter de toonbank. Gewoonlijk verbleef ze in het kantoortje achter de zaak ofwel zat ze boven te schrijven, maar dien avond bediende ze zelf. Ik kocht scheermessen en zijdmessen voor de boeren, eerste qualiteit Friedrich Herder Solingen, met het schoppenteeken.

„Jij bent Peter de Raadt immers?" zei ze, alsof ze dat niet heel goed wist en ze keek me scherp aan over haar gouden brilletje.

„Ja juffrouw Aaltje, dat ben ik nog altijd zelf. Moet je wat van me?"

„Ik heb met jou wat te verrekenen, Peter."

„Maar ik heb altijd alles betaald, juffrouw," zei ik.

„Dat weet ik; jij bent een eerlijke vent, geloof ik."

„Och, m'n grossier zal ik niet opgrijpen. Ik moet van jou leven, gelijk jij van mij moet leven."

„Grijp je andere menschen dan wel opr' '

„Daar krijg ik soort menschen toch geen kans voor, juffrouw. Maar wat valt er te verrekenen?" vroeg ik weer.

„Iets van een snoeischaar. Je hebt er drie gehad? Of twee?"

„Ja drie, met laatste kwartier," zei ik, want ik wist dat nog goed.

„En je hebt er drie betaald, of twee? Drie meegenomen of twee? Een van de twee moet waar zijn. In elk geval . . .