is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

willen. Maar ik wou aan een eigen wagen komen. En ook weer een kraam en dan als vanouds de kermissen en jaarmarkten af."

„Niet een schip?"

„Och, later misschien."

„En dan later? Een eigen winkel? Een grossierderij ?"

„Mensch, waar zou ik het geld vandaan moeten stampen?"

„Een oppassende jongen kan geholpen worden," zei ze en ze loenschte me van opzij aan. „Zou je," vroeg ze wijders: „zou jij in een winkel willen?"

„Nou, juffrouw Aaltje, als ik per dag dan nog twee uur den tijd had om te marcheeren, dan wel. Anders kan 't me afgestolen worden. Ik ben geen mossel."

„Zou jij, Peter de Raadt," waarachtig ze vroeg het me zelf, „zou jij deze grossierderij willen beheeren?" „Hè?"

„Spreek ik Spaansch?" vroeg ze scherp.

„Wil je die dan afstaan, juffrouw Aaltje?"

„Aan jou wel, Peter."

„En jij dan? Ga jij nou al rentenieren? Maar hoe ga ik dat ooit afbetalen?"

„Van rentenieren is geen sprake, van afbetalen is geen sprake. Vat je me werkelijk niet, Peter?"

„Zoo," zei ik, „staat de vlag zoo. En dan ben ik natuurlijk ineens boven jan. 't Is mooi aangeboden. Hoe oud ben je eigenlijk, juffrouw Aaltje?"

„Een astrante vraag, vent. Je hebt maar ja te zeggen en je valt in een opgemaakt bedje."

„Ik heb een houten poot."

„Weet ik."