is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Waarom wil je dat eigenlijk, juffrouw Aaltje?"

„Gaat je niet aan, ik wil het zoo."

„Heb je me dat al lang willen zeggen?"

„Al heel lang. Maar 'k heb eerst afgewacht, of je uit je eigen van het logement weg zou gaan. Toen je dat alvast deed wist ik genoeg. Er zit oppas in je en je meent dat."

En toen dacht ik lang na. Ineens kwam er een vuile gedachte in m'n kop. „Juffrouw Aaltje, dat met Dina is dat nou wel waar, of is 't maar door je verzonnen?"

„Ik moest je de kamer uitjagen," siste ze. „Wat gemeen. Denk jij soms, dat ik die meid beschuldigde, omdat ik er concurrentie in zag? Schaam je. Ik zal je eens wat anders vertellen. Die meid, daar was je nooit mee getrouwd. Ze is van lager menschensoort dan jij bent, maar dat volk zou net andersom gedacht hebben en nog op je neerzien ook. Zóó ezelachtig bekijken ze een mars. Maar mijn eigen vader en jouw grootvader, ze liepen met de mars. 't Zijn groote kooplui geworden, toch. Maar zooiets verstaan die arbeidersmenschen niet. Natuurlijk kwam me die vrijerij met dat onnoozele volkskind wèl ongelegen. Maar daar had ik je toch wel af gekregen. Zulke menschen begrijpen als 't er op aankomt een kramer, marskramer of kramer-grossier, toch niet."

„En ik begrijp jou niet, ik begrijp niks van je bedoelingen, juffrouw Aaltje."

Maar later heb ik dat alles begrepen. Ze was zes en veertig door, twintig jaar ouder dan ik. En een droge zakenmeid, die nooit gevreeën had. Zeven jaar was haar vader dood, alleen en oudwordend zat ze in dat groote