is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

had, alles douwde ik opzij, want in de houtere schommelwieg daar lag een jongen, mijn eigen kind.

En dat is mijn Christiaan die nu de zaak drijft, want ik word zeven en tachtig aanstaande maand. Aaltje ligt al een dertig jaar met de pieren te praten, ze heeft den aanvalligen leeftijd van zes en zeventig jaren bereikt, toen gaf ze 't over en vertrok. En bleef alles achter voor mij, voor haar eenpoot, die negen en twintig jaren op dat oogenblik heeft zitten wachten. Ze was een eerlijk vrouwspersoon en ik heb haar gerespecteerd. Maar dat is alles. Veel plezier heeft ze me niet bereid in die negen en twintig jaren. M'n leven is eigenlijk pas goed begonnen, toen ze naar den hemel was. 't Is zonde dat ik het zeg, maar 't is de volle waarheid. Toen we tien jaren getrouwd waren, ja eerder al (en 't leste vrouwenvuur er finaal uit vertrokken was) toen bleef er alleen nog maar een koopvrouw aan over. En voor een man was ze zoo goed als niks meer waard. Zélf kon ze niet meer begrijpen — wat ik persoonlijk nooit heelemaal gevat heb — waarom ze me indertijd met alle geweld hebben wou. Want wat was ik toen? Een man van onderop. En dat heb ik uit haar lieve mondje menigmaal moeten hooren. Meer dan me hef was. Dat ze me omhoog getrokken heeft naar dezen stand, naar de grossierderij, dat gooide ze me om den anderen dag naar den kop. Maar toen m'n jongen grooter werd, toen wou ik toch wel dat dat voorgoed uit was. 't Kind mocht goed weten, dat vader koopman-loopman is geweest. Daarvoor schaam ik mij niet, heel niet. Ik heb in die jaren alles eerlijk gekocht en betaald, alles verkocht en betaald gekregen. Uit! Niemand mag daar