is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van de scharrelaars in centenwaar die heden mijn klanten zijn, amper of nog niet geboren. Moeders hebben hun lijf in barenskrampen gerekt om doorgang te geven voor 't beminde kind, waarvan ze heerlijkheid en grootheid verwachtten. En er groeide een klant uit voor 't luizenlogement, een kwartje slapen per nacht, de wandberen gratis daarbij. Dat hebben die moeders toch niet gedroomd, die vaders niet verhoopt. Maar geldzak en bedelstaf.... je weet het. Wat gaat er in de toekomst gebeuren met Christiaan zijn kinderen? Ze spelen rond en ze zijn onbezorgd. Vader is rijk, wat kan hun dan eigenlijk gebeuren? De welvaart glimlacht en buigt beleefd naar ze, de geldzak is nog goed gevuld.

Maar ik zit hier boven de grossierderij en gedenk mijn vaderen in hun levensloop. En in den hoek daar staat m'n mars van vroeger. Ik wil nog niet dood en ik ben zoo bezorgd. Zoolang mijn zoon nog leeft en zonen heeft in leven, moet die mars daar blijven staan.

De allereerste heugenis die Christiaan de Raadt bij elkaar kan denken, is, dat hij zich eens verstopt had in een pakkist, die op het voormalige plaatsje stond. Heden is dat plaatsje met de regenton daar niet meer; bij de groote verbouwing is die ruimte bij het winkelpand getrokken. En de leege kisten werden overgesjouwd naar het pakhuis in de steeg, dat vader er toen bij heeft gekocht. Hoe oud hij was toen hij zich had verstopt, dat staat niet vast. Vader beweert, dat hij nog geen volle drie jaar was, toen dat passeerde. Maar