is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wat. Hij zit dan soms uren starrelings voor zich uit te kijken, springt op en zegt: „Vader ik wil weg, ver weg "

„Ja kind, dat weetik al. Maar hoe en wat, waarom?"

„Dat weet ik niet, vader; maar 'k wil hier weg!"

Maar de jongen, die ver weg wou, is heel dichtbij gebleven. Gedwee is hij achter de toonbank geschoven, eerst voor luttel uren per dag, later voor langeren tijd. Want moeder wordt nu zoo héél oud en 't staan valt haar op den duur te zwaar. Maar de leiding gaf ze haar opvolger nog niet af. Zelf ging ze inkoopen; amper mocht hij mee, om ook eens den groothandel te leeren kennen. En het werd daar in den winnkel voor den jongen vent een droog bestaan. Er was iederen dag wel afwisseling, maar dat soort afwisseling was hem niet genoeg. Hij is er ook eens een paar dagen tusschenuit geweest — men zegt dat het om een vrouwtje ging — later is hij zelfs enkele maanden weg geweest. En toen zwierf zoekende door het land zijn vader, bonk-bonk. En die strompelaar heeft zijn weerbarstig kind gevonden ook, ja zelfs terug gebracht naar de kleine stad met het ingeregen leven.

En eerst toen Christiaan ging trouwen met dat helblonde meisje van burger afkomst en hij wonen ging enkele huizen van de grossierderij af, begon moeder het roer wat losser te laten. Hij mocht toen eindelijk zelf gaan inkoopen, dat werd haar te zware opgaaf. Maar anders niets; de eindboekhouding en de groote besluiten bleven nog aan haar. Chris wou, direct al toen hij wat te zeggen kreeg, de oude keet verbouwen, maar daar kwam niets van in huis. „Wacht maar," zei ze bitter,