is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„wacht maar tot ik dood zal zijn. Dan kan jij doen wat je wilt, al wou je de zaak vernielen, stuk onrust. Als ik het dan maar niet meer beleef."

En zij heeft de groote verbouwing inderdaad niet beleefd. Want het jaar na haar afsterven, Chris was toen nog geen dertig, werd dat volbracht. Door aankoop van een nevenperceel, ontstond de mogelijkheid den winkel te splitsen. Een groote zaak in galanterieën en huishoudelijke artikelen en daarnaast de kramerij voor 't centengoed. Chris en z'n vrouw beheerden den winkel, vader (zoolang hem dat afging) de kramerij voor de loopmannen. Maar er was een doorgang tusschen de twee zaken en de boekhouding bleef een. Dat was alles wat resulteerde uit jeugdidealisme en drang naar 't nieuwe en onbekende: Christiaan de Raadt zette het bedelvolk in het eene hokje, de burgerij in 't andere. Dat Chris met den handel in centengoed, den oorsprong van den welstand in zijn familie, niet geheel en al heeft gebroken, stemde den ouden Peter mild voor zijn jongen, waar de drang naar vooruitgang in woelde naar hij toch terdege waarnam.

Christiaan de Raadt, een rijk winkelier, een gezet welgedaan man, die geëerd is in zijn stad, leeft alsof hij ligt verzonken in diepen slaap. Wacht maar eens wat er allemaal veranderen zal, zoo hij uit dien slaap ontwaakt. Hoe is hij wel zoo dik geworden? Door 't jarenlang staan achter de toonbank, waar hij wacht op klanten? Soms kan hij die klanten stuk voor stuk de hel in wenschen. 't Kwam voor en zeker toen hij zoo dik nog niet was, dat hij met somber wezen tegen den