is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

acht dat de stumperds, die zoodanige hulp behoeven om rechtvaardig te zijn en te blijven, eigenlijk maar zwakke broeders zijn. Hij zou dezulken nog niet vertrouwen voor een pijpje lood van een meter.

Behalve dan Everard Martens, zijn neef en compagnon. Want Eef kent hij nu al veertig jaar als een heiligen hannes en die moet altijd nog beginnen hem te benadeelen voor den eersten halven cent. Op alle regels is dus een uitzondering, zie naar Eef, die poepfijn is en toch eerlijk. Een wonderbaarlijk compagnonschap eigenlijk; hij, kortgedrongen met een degelijken ronden buik, Everard mager als een waterleidingbuis voor huisaansluiting. Hij, bezield met vurigen ijver om werk te zoeken, Everard die het secuur uitvoert en daarom met zijn eeuwige stofjas aan, eeuwig in den werkwinkel is te vinden. Hij, druk zich bewegend, gezellig in 't babbelen, amusant bij de vrouwtjes, joviaal onder vrienden en Everard weemoedig ernstig, slechts aandacht hebbende voor zijn gezin.

Ha .... een gezin! Willem gelooft van zichzelven, dat hij nog eerder op het zondaarsbankje neerknielt bij 't Leger des Heils, dan dat hij ooit zou gaan trouwen. Eer beleeft hij zijn eigen begrafenis, zoodat hij zelf steentjes kan mikken naar de oudmodische hooge hoeden van z n makkers bij de groeve, dan zijn eigen huwelijk. Hij heeft er zelfs nooit over nagedacht, hoe dat wezen zou .... een eigen vrouw. Maar hij kan ook niet met totale overgave aan doodzijn denken. Met z'n hersens weet hij — daar is hij heldere jongen genoeg voor dat hij ook eens dood zal moeten. Vader is overleden, moeder is niet meer onder de levenden en er