is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sterven wel eens klanten (dat kost de zaak telkens rouwbloemen en wat hebben volkomen dooie menschen eigenlijk aan een bloemruikertje?), eindelijk zal het ook wel eens zijn tijd worden. Maar dat mag dan waar zijn, zoo verschrikkelijk waar, zóó onafwendbaar waar dat een gewoon mensch met gewone hersens het niet

van zichzelf bevatten kan Willem ziet voorloopig

geen einde aan zijn eigen goeie bestaan. En daarom wiegt hij zichzelf met den onbewusten deun: ik leef, ik leef, wie maakt me heden en morregen wat? ik leef,

rikketikketik De zaak draait prima, ziek is hij

nooit, al vordert hij niet zelden forsche inspanning van zijn krachtig corpus (al dat gesjouw met vroolijke vrinden is niet goed voor je) vermaant Eef terecht, neen, Willem kijkt niet graag diep de toekomst in.

Want nu is hij nog sterk en z'n levenslust drijft hem zoomaar vanzelf tot een vreugdigen blik op het leven. Maar later zal op dezelfde natuurlijke wijs 't chagrijn wel komen, hij moet er niet aan denken. Nooit! Eef heeft vroeger vaak gezegd, maar Willem heeft hem dat nu toch eindelijk afgeleerd: „Willem, ik zou óók gaan trouwen in jouw plaats."

„Niet waar, dat zou je niet."

„Toch waar, Willem. Verklaar me dan eens waarom

eigenlijk niet?"

„In mijn plaats zou je ook mijn natuur hebben."

„Voel je dan niets voor de vreugden van een gezin? En voor een bestemming tevens, als je later oud wordt?"

„Om je eerlijk de waarheid te zeggen, Eef, ik bewonder de mannen die er aan durven. Al je hebben en houwen te moeten toevertrouwen — en dat een