is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heel leven lang — aan een wildvreemde vrouw."

„Maar dan is ze je niet vreemd meer, dat is nu juist de zaak."

„Ja ja Eef, ik weet het wel. Maar ik heb eigenlijk liever, dat ze me niet zoo precies kennen. Neem nu jouw vrouw. Die heeft al meer over mijn persoontje gehoord, dan me eigenlijk hef is. Ik ben een vrouwenkenner, weet je. En daarom zie ik dat in haar oogen, al is ze ook nog zoo hartelijk voor me, als ik bij je over den vloer kom. En daar hou ik nu eenmaal niet van. De vrouwtjes waar ik wel eens vriendelijk mee praat enzoovoort, die moeten me compleet kunnen vereeren. Compris? En dan moeten ze natuurlijk niet te veel van me weten. Een beetje minder dan alles vind ik wel zoo aangenaam."

„Tenzij je levenswijs zoodanig wordt, dat . . . ."

„Ssst. Geen concurrentie den dominee aandoen, Eef. Die moet nu eenmaal preeken voor zijn beroep en 't menschdom braaf maken, wij zijn maar loodgieters. Maar mag ik jou nu eens iets over het huwelijk vragen, zoomaar brutaalweg? Jij wandelt, zoo men 't noemt bij jullie in de kerk, als een voorbeeld tot anderen. Je bent een man van geheiden christelijken levenswandel. Ik mag dat wel, want jij hebt klanten aangebracht en voor de zaak behouden, die van datzelfde gewicht waren. Daarbij rook je heel spaarzaam en je drinkt alleen koffie en water. Wat sjeuïgs alleen maar als er een feestje is. Je spaart als een beul en dus leven jullie thuis poovertjes aan, je bent geen lid van de soos en je kegelt niet; je hebt nog nooit gehengeld en potverteren is een vreemd begrip voor je ... . kortom, jij

De Koets — 23