is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

keeren, Eef? Dat ware toch veel rustiger voor je."

„Och, misschien verander je nog wel eens. Maar 't is tenslotte een zaak die jou aangaat. Je doet — dat vertrouw ik — doorgaans geen groot kwaad. Maar ook geen goeds. Denk je nooit aan je ouderdom?"

„Zeker. En daar heb ik m'n zorg ook voor. Vrees maar niet, dat ik mezelf in de kou laat zitten. Dan weet je niet, hoe Willem van binnen bestaat."

„Je houdt veel van jezelf, Willem."

„Natuurlijk. Want dat heb ik niet moeten leeren, maar dat is me ingeschapen. En gelukkig maar, want je weet, ik ben geen held in de studie. Maar 'k hou ook wel eens van een ander dan mezelf. En niet zoo zelden. Vooral als ze erg hef, jeugdig, mooi en gewillig is. En inplaats, dat je die liefde tot een ander nu in mij aanwakkert, loop je me na zoo'n demonstratie altijd te bebidden. Jij hebt een heele vrouw voor je alleen genomen — geen sterveling mag daar meer naar kijken, laat staan aankomen, gemeene egoïst — en als ik eens een vrouwtje liefheb, al is 't maar voor een uurtje (en daarna ben ik grootmoedig genoeg haar weer aan een ander te gunnen) hoe noem jij dat ook weer?"

„Dat weet je wel. En dat woord spreek ik niet meer tot je uit. Wel wou ik, Willem, dat je in mijn aanwezigheid niet meer zoo spottend over het huwelijk sprak. Daar is het me te heilig voor."

„Tut tut tut .... wat plechtige woorden. Maar je hebt gelijk, laten we vrinden blijven en noem dat groote woord niet meer, waarmee je me dacht te vernederen, hetgeen je niet gelukt is."