is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kippie van onze zaak. Hoe oud was ik heelemaal .... wacht eens .... ja, ik was twee en dertig. En dat kind was negentien. Altijd gevaarlijk, zoolang ze nog niet mondig zijn, dat heb ik toen ervaren. Menschen nog aan toe, wat een kind. Dat moet je je voorstellen, een rank, goed uit de kluiten gewassen, argeloos vrouwtje, een figuurtje als van een prentje. Een kind om te paradeeren op een bankbiljet. Zet zoo'n pas bloeiende blom voor aan den troep in den oorlog, en een heel regiment vecht zich kapoeres om in haar oogen maar moedig te zijn. En oogen als die meid had .... gerechtigheid, waarom heeft oom Dingemant, want Eef was nog niet als patroon in de zaak, waarom heeft oom toch ook zoo'n juweeltje uitgezocht. Ik kon 't niet verhelpen hoor, dat die oogen tot in m'n achterhoofd staken als die lieve meid me aankeek. Dat kind kwam uit Oudewater, moet je dat goed begrijpen, de eenige dochter van een .... van een organist. Opgewassen onder den rook van de kerk, gevoederd met lange galmen van 't orgel, saai, saai, en nog eens saai. Zoo eentje komt dan naar Gouda. Nou, Gouda is geen wereldstad, dat weten we allemaal, maar voor zoo'n kind was het al heel wat. En ze was een beetje beduusd, heel erg verwonderd in 't eerst. Maar vrouwen schijnen een aparte gaaf te bezitten, ze passen zich direct bij veranderde omstandigheden aan. Nu, bij ons kon ze zich aanpassen, dat versta je. In de richting van oom Dingemant hoefde ze zich amper aan te passen, dat was een tout même met bij haar thuis: zalving en tevredenheid met zichzelf, om er draaierig van te worden. Je kon het al hooren aan de manier, waarop