is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oom Dingemant haar aansprak, hij noemde haar steevast jongedochter. Maar ik zei Liza en dat hoorde ze verdraaid graag, vermits ze 't kind een heele jeugd gepest hadden door haar Leizebeth te noemen. Stel je voor .... Leizebeth tegen een meisje van zoo beeldschoone structuur. Weet je, hoe ze eruit zag? Ik noem al op. Eerstens prachtige beenen; beenen man, ik heb m'n heele verdere leven zulke beenen niet meer gezien. Er zijn idioten, die een heele krant volschrijven over de pilaren van onze vischbanken. Ha! 't Zou wat; dan had je die pilaartjes eens moeten bezichtigen. En daar stond tweedens een lijfje boven, een kostelijk lijfje. Niet zoo'n nietige spichtige spijker, zooals zulke halfuitgegroeide kinderen soms nog zijn, neen, Liza was een vrouw, een complete vrouw. Daar zat nu letterlijk niets te veel en niets te weinig aan dat figuurtje. Een knap artist, die vader. Wat ie van 't orgelspel klaar maakte weet ik niet, heb ik ook geen sjoege van, maar een mooi kindje kon hij voortbrengen, wat dat betreft had hij een gezegeld getuigschrift van me kunnen bekomen. En ze had koren-blond glanzend haar, overdadig rijk haar, waar ze ongeveer geen raad mee wist. Dat heb ik altijd graag gezien en nog, een vrouw moet weelderig haar hebben, dat maakt haar naar mijn smaak altijd vrouwelijker. Nu weet je heel goed, hoe meisjes van kerkschen huize doorgaans zijn; die slaan haar oogen gauw neer, doen erg verlegen en zijn doodsbang van mannen. En dat was nu juist het geraffineerde van deze Liza; die sloeg haar mooie oogjes niet neer, was evenmin verlegen als ik ooit geweest ben. En als ik zeg dat ze een hekel aan me