is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waar heb ik 't eigenlijk aan verdiend? U hebt mij met dat geld vertrouwd en 't me mogelijk gemaakt dat ik die lessen kan volgen, u hebt me zulke heerlijke dingen laten proeven en nu weer deze fijne avond aan zee, ik heb het gevoel of ik droom en ineens met een smak wakker worden zal op de kantoorkruk en dat er dan niets van waar is. Maar het is allemaal waar en dat is het fijne, het echt fijne. Wat bent u toch een goed mensch, meneer Willem."

Op die prachtige ontroerde redevoering wist ik geen antwoord, want (eerlijk gezegd) ik begon me een beetje te geneeren voor haar kolossaal vertrouwen en haar argeloosheid. Om te voorkomen dat ik echter toegeven zou aan dat kinderachtige gevoel, kwam ik met een nieuw voorstel, dat m'n plan weer wat dichter bij de verwezenlijking zou brengen.

„Kind we moeten nu naar de stad," zei ik, haar nog eens vriendelijk knuffelend, wat ze goedsmoeds toeliet. „Want het is inmiddels laat geworden. En ik heb het morgen weer druk op 't kantoor, want m'n vriendinnetje Liza is met vacantie. Daarom moeten wij nu een hotel gaan zoeken. Maar hoor nu eens goed. Jouw bagage zit in zoo'n rieten karbies. Een mal ding voor 'n jongedame, om er een hotel mee binnen te stappen . . . . een karbies stel je voor. Weet je wat we doen? We gaan naar dat café, waar we de bagage bewaard hebben, ik laad alles van jou over in m'n koffer (die is ruim genoeg) en dan loopen we niet zoo voor aap, met die calvinistische karbies."

„Waarom zegt u dat nu?" vroeg ze verbaasd.

„Wat, kindje?"