is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Calvinistische karbies, ik begrijp dat niet. Wat bedoelt u toch?"

„Och, dat moet je niet verkeerd opvatten. Ik bedoel er mee, dat het zoo'n stom ouwerwetsch ding is. Jij draagt toch ook geen baleinen parapluie. En je hebt toch een vlot leuk japonnetje aan en geen zwart serge jurk met kanten jabotje. En ben ik hierheen gekomen met een trijpen hangtasch? We hebben er thuis nog een, van m'n oervader Martens, meen ik."

„O, bedoelt u het zoo. Nou . . . . mij is het goed, als u dat zoo beter vindt, mijnheer Willem. U hebt ook wel gelijk, het is een heel ouderwetsche rietmand. En 't is misschien wel een beetje gek met zoo'n ding te reizen als jong meisje. Ik heb daar nooit eerder aan gedacht. Maar uw grapje er over .... nee, dat vond ik heelemaal niet zoo leuk."

Goed, we hebben de calvinistische karbies, die ik dus zoo niet meer noemen mocht vanwege 't oneerbiedige, beetgepakt — ja ik kan altijd goed nuancen aflezen uit de oogen van jonge meisjes — we hebben den inhoud van dat gekke ding overgeschud in mijn koffer en in dat café waar we het ding toen leeg achterlieten dronken we nog een glaasje, ik meen vermouth met een tik. En toen kwam de volgende en beslissende etappe van mijn gemeen listig plannetje. Dat plan marcheerde best tot nog toe. Wij, lustig en luchtig, net een jong blij paartje, naar een groot en chic hotel in de binnenstad. Voor zulke avontuurtjes zoeke men altijd een extra chic hotel, want daar kom je als loodgieterspatroon je connecties niet zoo gauw tegen. Ik zette m'n jolig, calvinistisch vriendinnetje, maar nu zonder de cal-

De Koets — 25