is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wat bent u toch lief voor me. Ik heb van m'n leven zooiets prachtigs niet gezien. Wat genieten de rijke menschen toch van een massa, waar wij nog geen idee van hebben."

„Zou jij rijk willen zijn, Liza?" vroeg ik met een bonzend gevoel in m'n keel.

„Pianoleerares wil ik zijn!" juichte ze. „En.... hier in deze prachtige kamer voel ik mij al rijk." Toen ging ze naar m'n koffer, en ze haalde er haar spulletjes weer uit. Nauwkeurig keek ik toe, wat ze nu verder doen ging. En Liza nam mijn koffer, kwam er mee naar mij toe en zei op haar jolige openhartige manier: „Hier, meneer Willem, dat is het uwe. Ik heb er heusch niet in gekeken, hoor. U moet weten, ik wou nu graag wat alleen zijn. 't Heeft me alles bij elkaar vandaag zoo overweldigd, ik wou die dingen nog eens fijn rustig overdenken. Goedennacht, meneer Willem."

En daar stond ik, onnoozele hals, met m'n koffer in de hand, op een zeer luxueuze tweepersoonskamer, tegenover een parel van een vrouwtje, dat .... nu een beetje alleen wilde blijven. Ik stond daar als een malloot, als een onmondig broekje en ik geloof, dat ik stotterde toen ik begon te praten. Die koffer moest eerst m'n handen uit, dat stond voor me vast. Dat nam 't belachelijke weg. Stel je voor .... een confidentieele declaratie met een koffer in je hand. Ik zette het ding neer, kwam op een van de twee bedjes zitten en riep haar zacht bij den naam: „Liza, Liza." Ze kwam voor me staan en ik trok haar behoedzaam op m'n schoot. „Luister nu eens, Liza. Heb jij een echte fijne dag gehad? Ja? Dat doet me goed voor