is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kleed gezien en van zuiveren wille was ik vervuld toen ik naast je insliep.

Ze lacht tot me, doch antwoordt niet. In haar witte, onwezenlijke gewaad gehuld, neemt ze me onbevangen aan de hand, voert ze me mee, naar een zaal van grootsche eenvoudspracht. In die onbekende blanklichte zaal staat een oud klavier, het antieke klavier van grootmoeder en ik verbaas me niet. Naast Liza, onder haar wondere hoede, verbaas ik mij nimmer meer. Want heeft zij van een Willem Martens, loodgieter en vrouwengenieter, voor één nacht niet een vroom man gemaakt, met sterk geloof aan de zuiverheid van een vrouw? Een geloof, groot genoeg, om een heel leven niet meer teloor te gaan? Het oude klavier glanst onvergankelijk en haar klare oogen worden er in weerspiegeld, de oogen van een zuivere vrouw. En nu speelt ze. Ze speelt de melodie van toen, want ik ken toch die tonen, ik ken ze nog altijd. Of is dat geen melodie, zijn dat maar reeksen klanken zonder anderen zin dan dat ze vermogen op te roepen het beeld van toen: een vurig meisje dat voor haar ideaal vecht, ze wil de muziek beheerschen, waar vaart in zit .... een vurig begeerd mooi meisje tevens?

Gerechtigheid; maar wat is deze muziek wonderbaarlijk schoon geworden door 't lang bewaren in de herinnering. Maar dit is toch geen muziek van menschen, dit wonder bestaat toch niet onder menschen .... ik versta niets van muziek .... en toch weet ik en begrijp ik wat ze speelt; alles begrijp ik. Wat zijn deze onbegrijpbare dingen ineens begrijpbaar, nu Liza ze me leeraart, de eenvoudige, de zuivere. De eenige