is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nooit moeie voeten krijgt van het staan, die 't huisgezin zindelijk en zuinig bestiert en ook stellig een goede moeder zou zijn, zoo ze kinderen had voortgebracht. Eigenlijk moest ik zeer gelukkig zijn. Ik beleef voorspoed in zaken, m'n vrouw en ik we leven in de beste verstandhouding, wat kan ik nog meer wenschen? Als ik de beroeringen van andere huisgezinnen eens in oogenschouw neem, wat besom ik dan een groot geluk. Ja, ik ben gelukkig, 't Is waar, ze schonk me geen kinderen. Daar is ze vroegerjaren vaak diep verdrietig over geweest en ze is ook naar dokters gehold in 't begin van hun huwelijk. Die hebben haar binnenste buiten gekeerd en weer naar haar huwelijksbed terug gestuurd met een geruststellend klopje op haar schouder: mevrouwtje .... er hapert bij u niets, het bootje kan nog heel goed voor den wal komen.

En toen zei ze op een avond: „Wat jammer eigenlijk, had jij ook niet graag een opvolger gehad? Maar je oom Reeneman had ook al geen nakomelingschap; zou dat bij jullie een familiekwaal zijn?"

„Te idioot om aan te denken," zei Pieter wild, „m'n vader heeft toch wèl kinderen voortgebracht. Kinderloosheid kan toch niet erfelijk zijn, dom mensch!" En hij boog zijn kop achter de beschuttende krant, want hij voelde aan de warmte van zijn nek, dat er bloed perste naar zijn wangen. Welk een idee .... hij zou tot zooiets onbekwaam zijn! Waarom drukken die dokters zich dan ook niet behoedzamer uit. Of misschien heeft de dame haar boodschap wel weer verkeerd overgebracht. Ba .... hij zou maar een halve man zijn, vervloekte zotternij. Maar wat ze er ook van meent,