is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jullie spullekinderen bij de geboorte allemaal de lendenen gebroken?"

Het duikelmeisje heeft daar zóó om moeten lachen, dat Pieter zich ging schamen om die vraag. „Maar ik zal duikelen leeren!" hield hij koppig vol. „Want als anderen 't konden leeren, moet ik dat ook kunnen. En als ik het kan, kom je dan hier bij me?"

„Dat kan toch niet door de reten van 't hout."

„Maar wel door de deur. Ik heb die deur al op een keer opengepeuterd Elly. En alleen aan onzen kant zit er een knip op. Kom je dan?"

„Ja, ik zal komen. Maar alleen als je 't kan," zei ze afwerend. Want dat leert dat malle bakkertje toch nooit, dacht ze vast en stellig.

Maar een maand daarna, 't was al Kerstmis geweest, riep hij haar toen hij haar eindelijk weer eens alleen trof op den zolder: „Elly, Elly, kom nu, ik kan duikelen!" Ze kwam naar de deur en ze zag het. Op een schemernamiddag op dien kouden zolder nam ze 't waar .... Pieter, het bakkertje, kon duikelen. Hij deed het nog wel lomp en hij sloeg verwoed met zijn staken van beenen, alle richtingen uit, maar 't begin was gemaakt, hij kon toch salto's maken en nog wel drie keer achter elkaar. Bij den vierden duik omlaag, moest hij 't evenwel van overgroote inspanning ineens opgeven en hij kwam plat op z'n ellebogen neer en bezeerde zijn kin. Eerst moest ze weer lachen, maar toen ze bloed zag tusschen zijn tanden, trad ze door de deur, nam ze haar zakdoekje en drukte het tegen zijn mond.

„Waarom lach je me altijd uit, Elly?" vroeg hij bijna snikkend.