is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Maar 't is niet erg Elly, wij blijven toch altijd bij elkaar. Wij krijgen die permissie, wij gaan trouwen!"

„Maar zal je dat later nog wel willen? Ik ben nu zoo bang. Ik ga hier weg. Pieter toch, we zijn nog zoo jong, jij en ik ook. Ik wil weg, gauw!"

Bevend zat het bakkertje, dat acrobaat worden wou, geknield op zijn bed. Hij reikte Elly met sloom gebaar haar jurk aan, hij wou nog wat zeggen nu, maar haar nijpende angst sprong op hem over. Was dit dan iets heel ergs? Waarom die angst? Zijn kleine kaatsebal mag niet bang zijn, ze mag alleen maar hef zijn. Zoo hef als ze dezen namiddag was. En hij liet haar verbijsterd gaan door de wrakke deur. Waarom die angst?

Weken lang heeft Pieter niet meer durven opzien naar het comediantje, zijn buurmeisje. Ze wist en ze hoorde niets meer van hem. Zie je wel .... dacht ze, hij gaat natuurlijk niet mee op reis. Maar toen ze hem op een avond tegenkwam, vlak voor haar deur, zei hij met ingetoomde stem: „Zingen als je op je kop staat, dat gaat niet. Dat kan geen mensch. 't Is niet te doen."

„En jij wordt dus bakker?"

„Nee, al moest ik bedelen op de kermissen. Ik ga met je mee!"

Maar even voor Paschen vertrokken ze. De eerste kermis is in Heusden, aanvangende Tweeden Paaschdag tegelijk met Groede, maar in Groede is niets te verdienen voor een variététroep. En van Heusden gaan ze naar Bergen op Zoom, de stad waar zooveel kermisvolk eigen woonplaats heeft, vandaar naar Hulst, van