is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

reputatie moet door het drek, de huisvrouw van dezen schandverwekker verwoest door schande .... en anders wenscht de juffrouw niets en haar dochtertje ook niets. Heelemaal niets ....

En daarom wil Pieter misschien die herinnering niet heelemaal kwijt zijn, omdat hij zoo uitzinnig genieten kan van al zijn bezit en alles wat hij bereikte, juist omdat hij den angst voor haar wederkomst mèt haar dochter zoo menigmaal door zijn ruggestreng voelde zwiepen.

Want al komt dat verleidelijke kindvrouwtje in haar vleeschkleurig tricot zelf nooit terug, er kan nog iets anders geschieden. Ze heeft hem toch gezegd: je kind zal je nooit zien, moordenaar! Nooit, zoolang ik leef! En woord heeft ze gehouden; zijn kind — en dat moet nu al een volwassen jonge vrouw zijn — hij heeft het nooit gezien. Misschien danst en buitelt zijn eigen kind wel, nu zelf net zoo'n kindvrouwtje gekleed in 't rose tricot, over het tooneel van een tent en ruikt ze ook vies en toch bedwelmend aangenaam naar schmink. Wat moet een helder Goudsch bakker eigenlijk af weten van schmink? Zijn gedachten mogen dan somtijds zijn verdeeld tusschen de bakkerij en schmink op een hef gezichtje, maar in zijn kraakzindelijke bakkerij past die vieze geur niet. Maar gedachten wonen diep besloten in geheime kamers; niemand hier in Gouda weet wat hij weet, weet wat hem is overkomen met het meisje in het acrobatentricot. Niemand kan, staande in zijn blank broodpaleis den neus volsnuivend zich afvragen: ruikt het hier niet naar acrobaten-schmink?

Eens heeft bakker Pieter gedroomd: er was een jonge