is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

elastieken duikelpopje niet weg van de aarde, want zie, daar is haar kind — mijn kind — en het duikelt en buitelt en het lacht en wuift voor applaus.

En dan komt tot mij, dat kind, mijn kind. Dan staat ineens mijn kind voor de glanzend-gepoetste toonbank. En juffrouw, zullen ze haar vragen, wat wenscht u .... wat wenscht u nu weer eigenlijk? — Ik wensch nog minder dan moeder wenschen kon. Ik wensch geen vernietiging van deze deftigheid, geen verwoesting van onbesproken naam en helderheid; blank-glanzend brood mag blank brood blijven, croquant gebak hoeft niet week ineen te schrompelen .... ik kom alleen maar wat dansen, buitelen, salto's maken in dezen helderen winkel. En ik kom zingen, jubelend zingen, staande op mijn handen. Hoor maar en zie maar, want dat kan wèl ....

En weer een andere maal droomt hij, maar thans wakende: Elly uit het buurhuis, Elly in haar vleeschkleurig tricot, die heeft nooit bestaan. Dat waren maar jongensverbeeldingen. Pieter is immers eens als prutsventje met vader in een Italiaansch circusje geweest; daar trad op signorina Elina of Elino of Elionora of Eliza .... wie weet dat nog na veertig jaar? Een prachtig jonkvrouwelijk wezen in tricot. Ze huppelde en sprong door hoepels. Ze danste en duikelde .... prachtig. Prachtig vooral in de oogen van een kind dat voor 't eerst een circusvoorstelling zag. Maar had die kleine Italiaansche Elly een kind? Misschien wel; maar dan toch zeker geen kind van hem, van Pieter het kind dat toen nog maar aan vaders hand wandelde. Een heel leven heeft hij dus zijn denken gespitst op