is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Pieter van den Boogaard, fijn brood- en banketbakker aan den Kleiweg te Gouda, ik zal nog leven! Want zijn krampende hand voelt weerstand, hij heft zich op, heft zijn ineen-gebeukt hoofd hooger, bijna tot waar zijn handen redding vonden .... in het meer van bloed ziet Pieter zwart hout, een rad met houten spaken, gehjkend een stuurrad: het wiel van een koets. Bijkans vermag hij nog zijn verpletterd hoofd te heffen boven het bloed dat hem opstuwend omhult. Maar een dwaas en onredelijk verlangen zijn zoon te smeeken thans genadig te zijn, zijn vader te volgen naar den ordelijken, helderen bakkerswinkel zonder ongerechtigheden, maakt slap den greep van zijn handen op het hout. Pieter van den Boogaard wil nu vergeten hoe de wreker hem sloeg, het bezeerde hoofd even rusten laten in de ontkrachte handen. Hij groet van de wereld het laatste dat wagenwiel en zijgt ruggelings weg, zigzag glijdend naar een peluw van zwart veenmoer en vergeten.