is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Negende Tafereel

WIJ GAAN VOORBIJ

Gouda is een zeer rustige stad. Tot volle tevredenheid van de stedelijke bevolking, die de stad liefheeft om deze rust. En men kan het de stad aanzien, dat zij past bij de burgerij, gelijk ook de burgerij wezengelijk is aan de stad. Alleen het genie en de revolutionnair mint het exces, Gouda evenwel is niet revolutionnair gezind. Geloof het .... Gouda moet niets hebben van het exces. Deze stad evenwel is bedrijvig, ordelijk, nijver, rustig. Zeer rustig.

En deze rust heeft zich samengebald in de woningen langs de binnenhaven. Stellig is de Oosthaven een deftig ingetogen huizenfront langs het water. Een Hollandsche gracht, aan beide zijden bezet met Hollandsche huizen, waar bezadigde menschen in wonen en ijveren. Meen nu niet, dat deze grachthuizen van een superbe burgerdeftigheid blijk geven, gelijk de koopmanspaleizen uit glorietijd, die men aantreft in Amsterdam, Gent, Lubeck, Kopenhagen en Hamburg. Deze Goudsche deftigheid is ingekeerder, noem het tammer. Ze blijkt dan ook niet uit iedere woning afzonderlijk, maar uit een grijze geserreerde totaliteit.

Hier heeft de provinciale rust, die niemand en niets overtuigen wil, steenen gestalte bekomen. Deze architectuur spoort niet tot navolging aan, behaagt slechts door waardigheid. Waarlijk in Gouda zou het exces niet passen. Daarom tiert er de vurigheid niet, maar dit is niemand tot leed, want Gouda kan er zonder.