is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoort, moet je wel door ze gelooven, dat er geen kwaad op de wereld is."

„Als ik ga schilderen," zegt hij ineens en dat antwoord slaat toch heelemaal niet op wat Treesje nu denkt: „Als ik nu ga schilderen, dan valt al het andere uit m'n aandacht weg."

„Hu, ben je zóó fanatiek?"

„Ik ben manufacturier, geen avonturier," zegt hij geruststellend en vlucht naar den winkel. Een instinctief gebaar, dat hij gemeen heeft met alle winkeliers. Als het gesprek in huis — met de vrouw of met een kind of met de meid of met wie ook — pijnlijk wordt, vlucht de winkelier naar zijn winkel. Intimiteit zoowel als ruzie ketsen af op den winkel, dezen tempel van den vriendelijken glimlach tot klanten. Winkeliers hoeven ingetoomdheid in hun winkel niet te leeren, ze zijn er mee opgegroeid dat de winkel gelijkmatigheid vordert. Daarom ook heeft Arend gelijk iedere winkelier er soms echt lust in, een argeloos binnenstappend reiziger zeer dapper uit te veteren, vooral wanneer er geen klanten bij zijn. Want dit zijn de eenige bezoekers waarvoor je als winkelier niet buigen en glimlachen hoeft, maar die zelf moeten buigen, zélf glimlachen. Maar overigens .... in den winkel geen passies.

Arend heeft eens, toen de winkel op een Donderdagmorgen vol buitenlui stond, een boersch meisje aan japonstof geholpen. Een zeer leergierig willig meisje, want wat de geleerde winkelier zei over de mode, de kleur en de nieuwste dessins, ze nam alles volkomen van hem aan. Dat meisje koos zich geen japonstof, neen Arend koos. Niet zij heeft gezien en overwogen, hoe de