is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geraakt. Al heeft hij zoowaar twee theestoven, een ervan met latjes die met rozenhout zijn ingelegd, dus een uiterst zeldzaam exemplaar, hij vond de tweede in zijn verzameling geenszins te veel. Op de lambrizeering staan een massa eau de la reine-doosjes, snuifdoosjes, bronzen en zilveren tabaksdoozen zelfs met peukerts van zilver. Schilderachtig daar tusschen door rangschikte Arend de kleine Delftsche pulletjes; men zegt dat dat vroeger kinderspeelgoed is geweest.

Ja, nu weet hij ook, waarom hij zooveel houdt van die mooie oude dingen, zoomaar losweg geplaatst in zijn woonvertrek. Die gedempte kleuren, die warme kleuren van oud hout en tin, van aardewerk, faïence en porcelein, dat vormt allemaal bij elkaar — en dan niets afzonderlijks ervan zien — een schilderij voor hem, een veelheid van ongekunstelde stillevens. Daar heeft hij geen doodskoppen en gedroogde bloemen voor noodig, zooals de schilders op hun ateliers. En Arend laat zich niet weerhouden door dienstmeiden, die toch van tijd tot tijd ruzie maken en wegstuiven, hij koopt een prachtigen bronzen doofpot met bijpassend haardgarnituur van messing. „Denk er om," ordonneert hij, „die moet geroodaard worden, niet gepoetst." En nog bemachtigt hij een tinnen waterpot, waar hij het oor van laat afhalen en de moet ervan weg werken in de werkplaats van z'n vrind Willem Martens. En nu is dat een pracht van een bloempot geworden. En hij koopt blakers en kaarsschalen, met en zonder snuiters, blinde moeders — dat zijn eigenlijk tuitlampen — een moderateur van Meissener porcelein en een rank rozenhouten kaptafeltje, dat Treesje niet heelemaal waardeeren kan,