is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Treesje had niets meer noodig, want ze draaide zich ostentatief van hem af en Arend heeft nog gehoord, dat ze snikte in het kussen. Maar 's avonds was ze weer kalm. Toen vernam hij ook, wat er bestond tusschen de Hohmanns en Fritz Hulshoff; een heel oude onfrissche geschiedenis. Hij heeft haar beloofd, nooit meer te zullen zeggen dat het zoo erg niet meer was, verder beloofd dat hij alles wat van Hulshoff tot hem dorst komen de ribben kraken zou, hij beloofde van alles. Ach, die Arend deed zoo onbeholpen dien avond, hij het zich prachtig ringelooren en ineens begon Treesje zenuwachtig te lachen en te huilen tegelijk.

„Als ik een man was," zei ze tusschen haar snikken door, „en m'n vrouw was er op die wijze tusschen gesprongen als ik inkoopen zat te doen, dan, dan dan had ik haar bij de haren naar achteren gesleept. Ga weg kwaaie meid, ik ben hier de baas! En 'k laat me door jou de wet niet stellen."

„Maak je er nu maar geen zorgen over of ik me beleedigd gevoel," zei hij luchtig, „met jou ben ik getrouwd en niet met dien Hulshoff. En houd er nu eindelijk eens over op. En ook over dat andere."

Maar het laatste woord over dat andere was, dat ze drie maanden na dat voorval verbloedde in het kraambed, nadat ze een gezonden zwaren jongen had gebaard, onder onnoemelijke smarten. Zoo'n klein vrouwtje ook en het gebeente van kindsaf vergroeid en ze heeft een kindje gebracht van normalen omvang. Ja, nu is het ergste voorbij. Alles is voor Treesje voorbij. . . .

Voor ze stierf heeft ze Arend, die met haar weerstandlooze hand tusschen zijn handen geklemd aan