is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om het wederom goed te maken in al dat andere. En hij overmant totaal zijn afkeer van textielgeur, die hem weer tempteert de laatste jaren, hij ruikt met den neus van Treesje die den winkel graag rook, handelt met haar koopmansdrift en hij buigt zich over tot het kind dat zij hem naliet, met veel geduld.

En hun kind groeit op. Het postuur van zijn vader, een sterke jongen met breede rechte borst. Een felle jongen tevens en met een lastigen wil, die moeilijk is te buigen. Soms leert hij zeer goed op school — hij kan wel als hij maar wil — zeggen de meesters. Maar er zijn perioden, dan zet Jochem er zich dwars tegen in. Dan helpt praten niet, slaag ook niet. Dan kan Arend van alles probeeren met het kind, maar de oogen blijven dreigend en wrekend en in zichzelf gekeerd staan. Hij moét het ten leste opgeven. Ik heb, zoo is zijn oordeel, te weinig ervaring met kinderen. Ik sta er alleen voor, heb er maar één. Ik leer dus niet uit de mislukking met het eene kind, hoe ik die zou moeten voorkomen bij het andere. Daarom zijn ook al de oudste kinderen in gezinnen zoo lastig te regeeren, acht hij: 't zijn de fouten van ouders die 't leiden nog niet geleerd hebben, die in de lastige oudste kinderen openbaar worden. Maar Arend laat toch zijn kind niet vrij spel met z'n soms zoo onstuimigen wil. Hij heeft de belofte steeds in zijn gedachte: Jochem moet een degelijk man, een goed koopman worden; voor Jochem is de zaak, maar voor de zaak moet Jochem leven.

Kon ik maar, denkt hij niet zelden, kon ik mijn jongen maar beter begrijpen. Ik zou, als hij weer zoo onwrikbaar vasthoudt aan zijn tegenstand tot hetgeen