is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

je een heel leven in zoo'n dooien winkel verdaan hebt dan . . .

„Van dien winkel heb jij geleefd, leef je nog en ga je ter school."

„Kan me, eerlijk gezegd niks schelen. Als ik later een blok teekenpapier en een stuk potlood heb, dan kan die heele winkel wat mij betreft in de lucht vliegen. En die H.B.S. ook. Al die dingen hooren bij elkaar, winkels en H.B.S.-en, naast vaders die hun kinderen niet begrijpen . . . ."

„Jongen, wat draaf je door."

„Ik zal draven," zegt Jochem wild. „Tot ik ben, waar ik zijn wil. Met of zonder winkel, met of zonder geld uit uw winkel. Ik wil schilder zijn, al het andere is me gelijk!"

„Waarom wil je dat eigenlijk, Jochem?"

„Wat een vraag. Als iedere andere winkelier dat nog vroeg, maar u . . . . dat wij die schilderskist op zolder hebben staan zegt toch duidelijk, wat u zélf eens gewild hebt, net als ik nu. Bent u dan heelemaal vergeten, waarom u zelf het wou? Maar hoe zal het zijn gegaan? U wou schilder worden, was niet hard genoeg in uw besluit en u het zich door uw vader overhalen. En nu denkt u: mijn kind zal óók wel niet doorzetten, dan staat hij straks halverwege voor een mislukking. En dan is het te laat voor hem, om nog winkelier te worden. Maar ik ben anders."

„Er is wat van waar. Ik ben werkelijk bang dat je niet slagen zal."

„Waarom niet? Ik ben niet van 't slag dat toegeeft, aan geen enkel soort tegenstand geef ik ooit toe."