is toegevoegd aan uw favorieten.

Adelaarsvlucht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen zei ze, onverschillig even naar het bosch ziende, alsof die ruiter haar eigenlijk niet aanging: „Ik wensch geen lieve woorden te hooren van een man, die zijn mond gebruikt om Gods heiligen Naam te misbruiken, zooals u daareven gedaan hebt."

Verbluft keek de ruiter wat scherper naar dat buitenkind. Wat bezielde haar? Hij was echter in zijn gedragingen te veel een speelbal van wisselende stemmingen om lang na te denken of te onderzoeken. Hij stak zijn hand uit om haar onder den kin te strijken. Zij zag het aankomen, en gaf zóó'n harden slag tegen de hand, dat die terugzonk.

„Bij Jupiter! Dat is me nog met geen vrouw overkomen!" riep de edelman. Maar zich herstellende, zei hij: „Geef me dan een hand, beste meid."

Hij reikte haar heel beleefd de hand.

„Ik acht mijn schoenzolen te goed om aangeraakt te worden door een hand, die vandaag al te veel naar het glas gegrepen heeft, zooals me de adem zegt, die van uw mond uitgaat."

Opeens zag ze links van hen Frits Schuiteman, den grooten boer, uit het boschpad komen. Zonder een woord meer te zeggen draaide ze zich om en liep naar den boer toe. De ruiter vertrok.

„We zijn, geloof ik, de eenigen, juffrouw Olga," zei de boer, „de eenigen, die komen kijken, hoe de heeren zich vermaken op de gronden, die ze de boeren van Nydorp hebben afgeperst en die ze laten verwaarloozen, alleen om het genot van de jacht te hebben."

„Ik kwam ook niet om de jagers," zei ze, „had er zelfs niet aan gedacht, dat het vandaag groote jacht is." Frits Schuiteman, de rijke boer van midden veertig, de ongetrouwde starkop, zag altijd het jolige van een situatie. Inwendig vergenoegd, omdat hij wist, dat hij met juffrouw Olga gerust over die verwenschte edelen kon praten, zei hij lachend: „Had maar gedaan, wat die fijne heer van je hebben wou. Dan was je misschien voor je leven geborgen geweest. Elke vrouw wil toch graag een