is toegevoegd aan uw favorieten.

Adelaarsvlucht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gaat altijd den goeden weg met ons. Als wij maar volgzaam zijn, gaat het goed. Maar we moeten een opmerkzaam oor hebben. God roept niet hard, om boven al het aardsche geschreeuw uit te komen. God spreekt zacht, maar duidelijk. En beslist. Ik heb Zijn stem altijd gehoord. Nu jij me zegt, dat je daar bij den dominee niet op je gemak bent, zegt God me, dat we op den goeden weg zijn. Zorg jij maar, dat je er over eenigen tijd op je plaats bent. Dat is nu je plicht."

Zonder dat die twee er elkaar iets over zeiden, waren beiden toch gestreeld, dat Peter, de eenvoudige burgerjongen, dagelijks omging met den in heel het land hooggeachten en vereerden dominee. Daarbij was hij opgenomen in een troepje adellijke jongelui. Als gelijke? Daaraan mankeerde nu en dan wel wat. Maar het jongetje hield zich ook steeds op den achtergrond. Dat deed hij bij instinct, om het gevaar te ontloopen, op zij geschoven te worden.

Twee dingen waren er, die Peter in zijn hart de zekerheid gaven, dat hij niet in alles de mindere van de jonkers was. Zij hadden altijd geldgebrek; hij kon, dank zij de boerderijen van vader Schuiteman, krijgen wat hij hebben wilde, al waren zijn verlangens wel heel klein. Wat hem voor zijn gevoel verre boven zijn adellijke huisgenooten plaatste, was zijn kennis. Zij wisten van jacht, visscherij, feesten, dollemanspret, dingen, die hij slechts bij name kende, maar van de studie hadden zij geen kaas gegeten. Telkens vroegen zij zijn hulp. De adel regeerde in die dagen met den koning het land. De boeren hadden het slecht, en mopperden. De handelslui in de hoofdstad zaten goed in het geld en speelden met de boeren flink op, maar het hielp niet veel. De adel had de macht in handen, doordat alle invloedrijke posten door edellieden bezet waren. De heeren waren zich hun macht bewust, en behandelden elk, die geen wapenschild voerde, als een wezen van mindere orde. Daarmee was de houding der jonkers in het huis van dominee Mobach tegenover Peter in overeen-