is toegevoegd aan uw favorieten.

Adelaarsvlucht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stige uitzondering. Dan had Schuiteman, als burgerjongen, een ruim inkomen, maar tegen uitspattingen als die der jonkers zouden moeders financiën niet bestand zijn. De hoofdzaak was echter, dat hij geen lust in zoo'n leven had. Hij vond zijn tijd te kostbaar, zijn gaven en zichzelf te goed, om dat alles te verzwendelen.

Het was de Prins zelf, die hem ervan vertelde, zonder de aanleiding te noemen. Het was, of het geweten bij hem sprak, en hij er iets van kwijt wilde.

,,Wat zeg je daarvan, meneer de professor?"

„Niets," zei de jongen dof.

„Dat is gemeen! Dat doe je met iemand, die je geen cent waard is, maar niet met iemand met wien je vriendschap voor het leven hebt gesloten. Ik wil wat van jehooren! Dat eisch ik!"

Hij zei niet in welke kwaliteit hij dit eischte, als vriend, huisgenoot, medestudent, of misschien als Noorsche Prins over een lagen onderdaan, als edelman tegen een burgermannetje. Schuiteman, wien dit alles door het hoofd ging, was zoo politiek, er niet naar te vragen. Hij gaf toe, maar slechts gedeeltelijk, toen hij zei:

„Dit wil ik ervan zeggen: Als mij zooiets overkomen was, dan had ik voor heel mijn leven een stukje zelfrespect verloren."

Had de Prins doorgedacht, dan had hij voor zichzelf een gevolgtrekking kunnen maken. Maar diep doordenken was zijn werk niet. Hij had overwonnen: Schuiteman had zijn meening gezegd. Wat? Och, dat kwam er niet op aan. Als de Prins zijn eigenwaarde maar voelde stijgen.

„Zoo is het in orde," zei hij en ging vergenoegd zitten. Even later ging hij door: „Ik wil eerlijk bekennen, dat jij, bij al het verschil in afkomst, dan toch de eenige bent in Kopenhagen en heel het land, aan wiens oordeel over mezelf mij iets gelegen is. Ik zou het niet kunnen verdragen, als jij me niet voor vol aanzag. Sla me in het gezicht, maar zie me niet over het hoofd. Kerel, wat is er toch aan of in je, dat me zoo naar je

L