is toegevoegd aan uw favorieten.

Adelaarsvlucht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor dit land gegeven. Straks leg ik het goud bij kilo s aan de voeten van den koning. Ga naar je moeder, en vraag of 2e je den mond wat afvegen wil!

Maar nu kreeg hij geen bijval, omdat de professor, die slecht ter tale was, en daarom had gezwegen, nu even hard zat nee te schudden, als hij bij de woorden van Schuiteman ,,ja" had geknikt.

Toen sprak Schuiteman, die zich volkomen beheerschte, door: „Het volk noemt u een gelukzoeker. Men zegt, dat u sommige menschen in uw bijgeloovige geesterij gevangen houdt. Als u niets anders te zeggen hebt, dan we vanavond gehoord hebben, heeft het volk gelijk. Wat ik gedaan heb voor Denemarken? Ik heb me alle kennis eigen gemaakt, die hier te bemachtigen was. Wat ik van plan ben? Mijn gansche leven wijden aan Denemarken, om het op te heffen. Eens heb ik met twee anderen gezworen: „Mijn leven voor Denemarken! Dien eed hoop ik gestand te doen. Ik zal mij nog meer kennis toeëigenen. Om nóg beter te kunnen ontmaskeren hen, die ons willen bedriegen.

Even wachtte hij. Toen riep hij door de zaal:

„Ik wil me wijden aan mijn eigen land, met mijn lichaam, met mijn geest, tot aan mijn dood!"

Een daverend applaus volgde, toen de student ging zitten.

„De zitting is geëindigd!" riep de voorzitter. De goudmaker, gelukzoeker, kon zijn biezen pakken, hij had uitgediend.

In triumf geleidden de studenten hun woordvoerder de zaal uit. Buiten werd hij omsingeld door een troepje adellijke studenten. Ze zetten hem een fluweelen muts op, en sleurden hem mee naar Amicitia, hun societeit, waarvan alleen adellijke studenten lid konden zijn. Hoe hij zich verweerde, hij moest mee. Ze hadden veel last van het gepeupel op straat, want de schippers van de buiten- en binnenvaart maakten lawaai, omdat er sprake was van verhooging der tolgelden voor de belastingen. Zoo kwam men in Amicitia. Daar moest gefuifd, ter eere