is toegevoegd aan uw favorieten.

Adelaarsvlucht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aandacht der kerels was nu bij de twee, die daar vóór het buffet op den grond lagen. Een paar ruziemakers mengden zich erin. Toen lukte het Peter ongemerkt de deur uit te glippen. In zijn rare costuum zocht hij buiten zijn weg tusschen de voetgangers door. Telkens werd hij opgemerkt en aangehouden. Hij ontwrong zich. De wacht wilde hem meenemen, maar hij ontglipte. Alles draaide voor zijn oogen. Zijn beenen wilden niet best meer. Hij zakte haast in elkaar, toen hij voor de deur van zijn moeders huis stond. Den klopper kon hij niet te pakken krijgen, hoewel hij het ding toch zag. Toen de deur openging, viel hij in het voorhuis op den vloer neer, van vermoeidheid of pijn, van te veel drank of uitputting door bloedverlies, of door die alle samen. De huisknecht kon hem niet op de been krijgen. Toen mevrouw op het gestommel afkwam, hielpen ze hem samen verder.

Het gezicht van den jongen op bed was een en al bloed. Dat van de moeder er naast als marmer.

De huisknecht had geen uitdrukking in zijn gezicht: hij deed zijn plicht.

Lang keek de moeder naar haar zoon. Misschien kwam het haar in de gedachten, dat ze nóg eens zoo naast een bed gestaan had, toen er ook zooveel kostbaar bloed vloeide. Toen had ze geweten waardoor het gekomen

was: door een horenstoot. Maar nu

Ze kon niet vragen, want Peter was en bleef buiten kennis.

Als ze minder goede gedachten over haar zoon gekregen had, zou het werkelijk geen wonder geweest zijn: bloed, verscheurde kleeren, messneden op borst en rug, een gehavend gelaat, een vreemde broek. En wat dat alles scheen te verklaren: de dranklucht, die uit zijn mond kwam. Ieder zou dit aanzien voor het uitslapen van een roes.

Misschien kwam de gedachte in haar op: Heeft hij zich vergeten? Is hij niet sterk genoeg geweest? Heeft de