is toegevoegd aan je favorieten.

Adelaarsvlucht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weg loopt van hier, over de Academie, en dan naar...? Naar het buitenland. Om daar te blijven?"

„Neen. Ik heb met Prins Roelof en den Kroonprins gezworen, dat we ons leven zullen wijden aan het heil van Denemarken. Dien eed hoop ik gestand te doen!" Een nauwelijks merkbare glimlach kwam op de lippen der weduwe. Peter begreep dat: vreugde, dat haar zoon het recht had zich in één adem te noemen met de twee hoogstgeplaatste jongelui van zijn leeftijd uit heel het land.

,,En gaat dan de weg naar den preekstoel?"

„Ik vrees van niet."

Geen vrees, geen verwachting, geen vermoeden, maar

zekerheid, weten!" zei ze met iets geprikkelds in haar

stem. „Je weet den weg, als vrucht van het gebed, zei je

me; waarheen leidt dan die weg?"

„Naar het landsbestuur," zei hij dof.

„Waarom voel je je daarvoor geschikt?"

„Door de kennis, die ik heb, en de andere, die ik me

op reis hoop te verwerven. Kennis is macht, vooral

tegenover opgeblazen domkoppen."

Weer verscheen even die kwalijk verborgen glimlach bij de moeder.

„Waar ontmoet je die opgeblazenheid?" vroeg ze koud. „Bij den adel."

Toen keek ze hem scherp aan. Nu had zij zekerheid: een vreugdeglans spoot als het ware uit haar oogen hem tegen. Nooit had ze zich getoond voor haar jongen als nu, de moeder die, in zichzelf gekeerd, zelfs blij geweest was als ze zag, dat haar zoon trachtte ook zoo gesloten te worden. Nu zei ze, met op elkaar geklemde lippen, als om de groote werking van haar gemoed te beheerschen:

„Dat is de weg. Hier in Nydorp is hij begonnen. Ginds bij het bosch, waar we vanmiddag samen gestaan hebben en ik met mijn arm leunde op een paal, kwam eens een hooggeplaatst edelman naar me toe. Die spotte met de maagdelijkheid van een burgermeisje. Met zijn be-