is toegevoegd aan uw favorieten.

Adelaarsvlucht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoedelde hand greep hij naar deze wang, tevergeefs gelukkig. Ik bad, dat God me de kracht geven mocht, eenmaal tegenover die adellijke laatdunkendheid te zetten de toewijding, de trouw en de wilskracht der burgerij. Nu weet ik zeker, dat de vervulling komen zal, als jij maar op den rechten weg blijft. Dat is de weg. Ga de wereld in. Blijf zoolang je noodig acht. Ik ben van nu aan je dienstmaagd, met al mijn kracht, met al mijn bezit. Weet, dat er iets is, dat sterker is dan ik zelf. Dat komt bij me boven, als ik goed aan den adel denk: een erfstuk. Neem een last van me over, wijd je, offer je als het moet. Maar spreek er nooit meer over, ook niet tegen mij. Spreek nooit meer uit, wat je daar gezegd hebt, tegen niemand. Dat is onze zending: één weg, één lijn. Spreek dagelijks, als je vader en je grootvader, je hart uit tegenover God. Dan heb je geen menschen noodig. Nog eens: de Deensche burgerij eischt je op, eischt je leven, misschien je bloed. En nu: werk en zwijg. Wel te rusten."

Den volgenden morgen vertrok de zwarte juffrouw met haar zoon weer naar Kopenhagen. Twee dagen later was hij afgereisd en hij liet zich als student inschrijven te Leiden. Ook hier volgde hij colleges in de verschillende vakken. De vreemde taal wilde hij zich eigen maken door het aanhooren van colleges of gesprekken met professoren. Met studenten bemoeide hij zich weinig, en met de bevolking totaal niet. Door zijn eenzijdige opvoeding kwam het niet in hem op, zich tot het volk te wenden. Kwam hij eens met een niet-gestudeerd man in aanraking, dan werd hij onaangenaam getroffen, want die menschen waren zoo onbeschaafd in zijn oog. Ieder had er een meening over alles en nog wat. De regeering stuitte hem eenvoudig tegen de borst, hem, die door moeders woorden vooral, de theocratische regeering van Israël als het hoogste beschouwde, dat een land hebben kon. En hier was zelfs geen souverein, geen autoriteit. Ieder regeeringsman van de kleinste stad meende een stukje van die autoriteit in handen te heb-