is toegevoegd aan uw favorieten.

Adelaarsvlucht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bruiken kan, zei hij dof, en keek daarbij scherp naar het gezicht van zijn moeder.

Dat veranderde geen spier.

„Het is de vraag niet, of de koning ons gebruiken kan. Eerst zijn we Gods dienstknecht, dan dienaar van Denemarken, en eerst daarna komt de koning. Ook hij doet niets anders dan Gods wil."

Ze zaten lang zwijgend.

Toen zei de zoon ineens zonder inleiding: „Het zou zoo zwaar vallen, moeder, nu ineens weer terug te zinken in een ondergeschikt ambtenaarsbetrekkinkje." „Als dat Gods wil is, vragen we niet naar zwaar. Ik weet niet eens of mijn leven tot vandaag zwaar of licht geweest is. Wij hebben slechts te dienen. En als de koning je morgen heenzendt, dan spreekt God door des konings mond."

Toen de zoon wat later opstond om naar zijn kamer te gaan, zei de moeder zacht maar beslist: „Denk hier eens over na, mijn jongen: machtlust is een sterke dienaar om ons naar boven te brengen, maar een wispelturig en onbetrouwbaar meester is het ook."

Mevrouw Schuiteman kende haar zoon, als niemand hem kende.

Zij wist, welke drijfveeren hem tot handelen bewogen.

Toen Peter Schuiteman zich dien Maandagmorgen naar zijn werk begaf, was het zeker niet met lichten, al was het met vasten tred. Hij was weer zichzelf. De strijd was voorbij. Nadat de koning den vorigen Zaterdag van hem heengegaan was, had een andere bezoeker zich bij hem binnengedrongen: de Verleider. Die had hem ingefluisterd, dat hij nooit een minderwaardig baantje moest aannemen, maar in geval van nood liever naar Frankrijk gaan en tot den koning zeggen: Majesteit, Denemarken heeft mij uitgeworpen, ziehier uw dienaar.

Zoo had de Verleider gesproken.