is toegevoegd aan uw favorieten.

Adelaarsvlucht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

X

Een weinig afwisseling in het eentonige hofleven

HET werd in de hoofdstad bekend, dat de terechtstelling zou plaats hebben in den vroegen morgen van den eersten Meidag.

Er kwam roering in de burgerij, vooral in de lagere volksklasse. Ze wisten het wel, meenden ze. Wie de gesprekken in de kroegjes en op de pleinen beluisterde, hoorde het, dat er iets dreigde. De heele actie tegen Ridder Daarnenburg, oftewel Peter Schuiteman, was niets anders dan een verzonnen stukje van den adel, die dien burgerman opzij wilde schuiven. Hij was het, die de burgerij als gelijkgerechtigd een plaats in alle colleges had bezorgd, naast den adel en de geestelijkheid. De dominees hadden dat heel goed gevonden, omdat de meesten van hen ook heel eenvoudige burgermannetjes waren. Maar de adel was het niet vergeten, dat hij verdrongen was van de regeeringsstoelen waarop hij, de adel, eertijds alleen zat, naast den koning en, als dit een zwak man was geweest, boven den koning.

Het gistte aan alle hoeken van de stad. Wat meenden die domme adellui wel? De koning moest ingrijpen, en genade schenken. Dat in elk geval. „Vooruit, jongens, we gaan naar de gevangenis, naar het Kasteel. Wat kunnen een handjevol bewakers tegen ons doen, als we komen met duizend man? We halen hem er uit. Hij is onze man! Ons heeft hij de vorige jaren uit de modder gehaald, omhooggebracht; nou is het onze beurt om hem te halen."

Zoo ver kwam het wel niet, nog niet tenminste. Maar in groepen liepen de jongelui bij elkaar. Er was gisting.