is toegevoegd aan uw favorieten.

Adelaarsvlucht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zelfs zóó erg, dat de wachten op alle posten rondom het paleisterrein verdubbeld werden. Niemand mocht meer voorbij den uitersten wachtpost zonder schriftelijke toestemming. Dat maakte de roering onder de bevolking nog grooter. Zouden zij hun broeder, hun beschermer, hun kampioen laten slachten?

Een der laatste mooie dagen van April stond de koning uit een venster te kijken naar het vroolijke gedoe van een paar spreeuwen op het dak van het regeeringsgebouw tegenover hem. De beestjes waren onrustig, zooals de koning zelf. Hij liep naar buiten. Hij zonde zich in de warme stralen, die op het plein neervielen tusschen paleis en kasteel of gevangenis, en regeeringsgebouw. Hij liep daar als een gewoon burgermannetje, die zijn tuin bekijkt. Zou hij misschien een slaaf zijn van de etikette? Hij was toch souverein.

Aan den uitersten wachtpost, waar de koning bij zijn wandeling op een meter of tien afstand voorbij gaat, houdt een oude vrouw stil. Een klein meisje van vier jaar staat naast haar. Ze komen zoo juist uit de stad. Maar den wachtpost voorbij mogen ze natuurlijk niet. Het kleine kind neemt een brief van de oude aan, draait zich om, en kijkt naar den koning. Ze vraagt iets aan de oude vrouw, en stapt dan op den koning af. Maar dadelijk treedt de wachtpost haar in den weg. „Mag ik dezen brief aan dien meneer geven?" vraagt het meisje aan den schildwacht.

De koning heeft het kind gehoord en gezien. Hij houdt van zijn volk, vooral van de kinderen. Dat is bekend. De koning weet dat dit bekend is, en het streelt hem. „Laat maar begaan, schildwacht!" roept de koning. Wel ja, zou hij dan voor niets souverein zijn? Niemand mocht ongevraagd dit terrein betreden, was zijn bevel geweest. Door dat bevel eens op te heffen toonde hij, dat hij waarlijk de macht had.

Het kleine kind in haar rose jurkje trippelde op vlugge voetjes naar den koning. Het stemmetje klonk heel vreemd daar in die officiëele omgeving, toen het kind