is toegevoegd aan uw favorieten.

Adelaarsvlucht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Niemand aanwezig. Ook niet achter de gordijnen. Mijn volk mag vrijuit tot zijn koning spreken. Zeker een weduwe van 72 jaar, wier eenig kind straks met zijn leven zal boeten voor zijn zonden.

Was het bericht niet direct weggegaan, waarschijnlijk zou de weifelende koning op zijn besluit zijn teruggekomen.

Nu verscheen den volgenden morgen om tien uur de weduwe, haar rijzige gestalte, van top tot teen in een zwart rouwkleed gehuld, met haar kleindochter van vier jaar, in spierwit japonnetje, aan de hand, in de Paleisstraat. Het kind had instructies van grootmoeder gekregen: ze zei geen woord, evenmin als oma zelf. Het gewoel in haar omgeving in de drukke straat nam af, uit eerbied. Enkelen kenden haar. Die begrepen waar de tocht heenging. Waarom geen rijtuig genomen? De menigte scheen haar te vergezellen. Statig was haar gang, strak haar gelaat, omdat de zware weduwensluier opzij was geslagen. De weduwe Schuiteman durfde het leven te bekijken zooals het was, en ook zichzelf te laten zien. Ja, zij wilde dat.

De wachtpost liet haar door, had orders. Het volk bleef bij den schildwacht staan, groeide aan, tot het heele stadsgedeelte bij het plein was gevuld, er kwam rumoer onder het volk, de oude vrouw en het meisje verdwenen in het paleis, de wachten werden versterkt: men was op alles voorbereid, misschien was het wel een complot. Klokslag tien uur viel de paleisdeur achter de bezoekster dicht. Dadelijk werd ze verder geleid, tot in de audiëntiezaal, waar de koning gelijk met de bezoekster binnentrad. Op een stoel naast de deur zette zij het kind neer en liep recht op den koning toe. Van de deur af, tot twee meter vóór hem, had zij strak het oog op hem gevestigd. Even sloeg ze den sluier nog wat terug over den schouder. Daar stond ze, en haar magere gestalte, een ongebogen oude vrouw, maakte een diepe buiging, en sprak met harde stem:

„Als de allerminste van uw onderdanen, heer koning.