is toegevoegd aan je favorieten.

Adelaarsvlucht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

iets verzoeken, en ge hebt de houding van een rechter. Ge weet toch, dat ik met deze hand u blij en diep rampzalig kan maken?"

„Dat weet ik, geëerbiedigde Majesteit: daarom ben ik hier. Maar ik weet ook, dat deze hand, (zij hield haar eigen hand vooruit,) eens de hand van uw vader heeft weggeslagen, die wilde grijpen naar iets, dat hem niet toekwam. Ook weet ik, dat u de macht daartoe, de onbeperkte macht, verstrekt is vooral door hem, ja, in wezen alleen door hem, die thans ginds smacht. Hij lijdt met mij voor deze zonde, dat hij vergeten heeft nog één artikel in de Landswet te plaatsen, waardoor de koning gevrijwaard zou zijn geweest voor het kwaad om aan één onderdaan te veel vertrouwen te schenken, al is zulk een onderdaan dan ook door zijn opvoeding tot den laatsten vezel verknocht aan zijn koning en zijn volk."

„Die Landswet spreekt ook van genade. Die macht is mij ook verleend. Waarom vraagt hij die niet?" Mokkend kwam het er uit.

Fier was het antwoord:

„Omdat hij liever wil sterven in het bewustzijn, dat zijn moeder hem respecteert, dan te leven onder moeders verachting. Wie genade vraagt zonder schuldgevoel, durft ook tegen God te liegen. Als straks zijn innig geliefd hoofd valt, zal ik weten, dat zijn schuldbelijdenis en genadeverzoek aan den hemelschen Vader, eens uitgesproken in mijn tegenwoordigheid, een oprechte zielsuiting was, die door den Heiland, die hing aan het kruis, niet afgewezen is. Het woord genade, o koning, hoort gij niet van mij, niet van hem. Schuldig is hij; straf hem daarvoor. Het leven heeft hij niet verbeurd. Was dat wel het geval, hij zou zich des doods schuldig gevoeld hebben, en u genade verzocht hebben. Dat hij dit niet gedaan heeft, bewijst me, dat hij zelf meent den dood niet verdiend te hebben."

Strak keek zij den koning steeds aan. Die ontweek telkens haar blik. Hij schoof op den stoel heen en weer,