is toegevoegd aan uw favorieten.

Adelaarsvlucht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

smeek u, koning, geef gij hem nog eenmaal het leven uit uw hand. Gij hebt er de macht toe, want God heeft, door gebruik te maken van mijn zoons bemoeiing, u er toe in staat gesteld door de Landswet."

Korzelig werd de koning, die op zijn stoel heen en weer draaide, kriebelig, omdat hij zich niet kon onttrekken aan den invloed, die van die oude vrouw uitging. Zij verleende particuliere audiëntie, niet hij.

„Sta op, vrouw," riep hij, „die houding past u niet." Maar de vrouw bleef geknield liggen. Alleen lichtte ze het hoofd op, keek omhoog en richtte de harde oogen op die van den koning. Als had hij haar niets geboden, ging ze voort: „Wat een onderdane niet kan, omdat zij het niet mag, dat kan een moeder, koning, mij van Gods wege gezonden als Zijn vertegenwoordiger op aarde; ik smeek u, uit het diepst van mijn hart en ziel, om het leven van mijn zoon. Smeeken mag ik, dat andere woord mag ik niet uitspreken, omdat ik het niet meen." Onbewogen, zonder eenigen invloed van haar omgeving te ondervinden, hield ze nu haar strakke oogen op den koning gevestigd, die als hinderlijk getroffen door de stralen van een brandglas, die oogen telkens zocht te ontwijken, en daarom voortdurend op zijn stoel heen en weer schoof.

„Deze twee dingen, mijn koning: Spaar Denemarken voor de schande een zijner beste zonen te hebben vermoord en schenk een oude moeder op haar bede het leven van haar zoon."

Toen bleef ze hem aankijken, zonder verder iets te zeggen. Nog steeds lag ze vóór den koning op haar oude knieën. Het kleine meisje scheen door beiden vergeten te zijn.

„Sta op!" riep de koning barsch. „Sta op! Ik gebied u, op te staan, ik, uw koning, de souverein. Zult ge dat gebod gehoorzamen, of niet? Wie is de souverein, gij of de koning?"

Moeilijk werkte de oude vrouw zich op de been. Toen ze eindelijk na een paar vergeefsche pogingen stond,