is toegevoegd aan uw favorieten.

Adelaarsvlucht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarbij de koning aanstalten maakte, naar haar toe te komen, wat toch niet noodig bleek, zei ze: „Aan elk gebod, dat mijn koning me geeft en mijn geweten me toelaat, zal ik gehoorzamen."

„Dan gebied ik u genade voor uw zoon te vragen. Gij zijt het beiden waard."

„Aan dat gebod weiger ik te voldoen, mijn koning, want er staat geschreven: Gij zult Gode meer gehoorzamen dan de menschen."

De weifelende koning wist met zijn houding geen raad, en hij zei maar wat.

„De laatste tien jaren heb ik Denemarken niet geregeerd, ook niet de gevallen staatsman, zooals men allerwegen meent, maar gij, gij! Uw plaats is op dezen stoel geweest. Ge hebt er gezeten, al zag niemand u. Gij hebt het land geregeerd door den geest, dien gij uw zoon hebt ingespoten, wellicht dag aan dag. Men zegt, dat hij reeds naar de macht greep om alleenheerscher te worden. Het zou ertoe gekomen zijn, maar niet omdat hij ernaar greep, maar omdat de menschen hem vrijwillig die macht in handen gelegd zouden hebben door uw invloed."

Onbewogen luisterde de oude vrouw. Als scheen het haar, dat zij in al 's konings woorden niets anders hoorde dan voor hemzelf een rechtvaardiging, tegen beter weten in, van zijn eigen gedrag en houding uit de laatste maanden, zoo geduldig luisterde zij toe, tot hij zwijgen zou.

Toen hij even op adem moest komen, ging zij voort: „Niet de onderdane, de moeder is aan het woord, mijn koning. Thans, voor de derde en de laatste maal: als moeder smeek ik u om het leven van mijn zoon." Als een vermoeide zuchtte de koning, en zei: „Ga heen in vrede."

Het leek wel of hij blij was, nu aan het einde van dit opwindende bezoek gekomen te zijn, want dadelijk trok hij met een ruk aan het schellekoord. De dienaren verschenen om de bezoekster weg te leiden. Die stond nog