is toegevoegd aan uw favorieten.

Adelaarsvlucht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als een paal tegenover den koning, die ook was opgestaan om achter zijn zetel langs de zaal te verlaten. In een ondeelbaar oogenblik waren de hooggeplaatste militaire hoogwaardigheidsbekleeders binnengekomen. Maar daaraan stoorde de vrouw zich niet. Ze hield den koning nog vast met de oogen, en zei: „Een onderdane en een moeder dankt u, mijn koning!"

Toen richtte de koning, in het bijzijn en onder den invloed van de twee militairen zich op en zei: „Waarvoor dankt gij, mevrouw, ik heb u niets gegeven en u niets beloofd."

Hard werden de trekken van de oude vrouw, toen ze zei: „Een koningsmond kan toch niet liegen, heer koning?"

„Ge zult zien," zei de koning, „ga heen!"

Maar de vrouw ging niet. Ze riep, zich omwendende naar de deur: „Olga, kom eens hier!"

Het kind kwam aangetrippeld, net toen de koning naast zijn stoel stond om de zaal te verlaten.

Geïnteresseerd keek hij naar de kleine en bleef staan. „Doe je boodschap, kind," zei de oude vrouw. Het kleintje deed een paar pasjes naar den koning toe, en zei met een vrijmoedig stemmetje, dat vreemd aandeed in deze omgeving: „Meneer de koning, vader heeft al zooveel verdriet gehad, mag hij nu blijven leven? Misschien had ze nog meer te zeggen, of iets anders. Maar ze zweeg verder en keek van den koning naar grootmoeder.

De koning, geboeid door dat kinderverschijninkje, had de mond al open, om een antwoord op haar vraag te geven, toen de gebaarde militair door een krieuweling in de keel even moest kuchen. De koning keek daardoor naar den man, vergat het heele kind, en zei, heel niet tot het kind, misschien heelemaal niet tot de oude vrouw, maar alleen tot dien gebaarden militair daar: „Het recht moet zijn beloop hebben."

Toen verdween hij achter zijn stoel, achter een gordijn.